Timetable is online now! 

Check out the timetable of the Conference and the Entrepreneurial Summit here.

21 — 25 April 2021 | Leuven, Belgium
Searching minskyString.locationText No search results

    Clean water is the new gold

    Clean water is the new gold

    “De toekomst voor investeerders ligt bij water" - Kris Organe

    Interview met Kris Organe, sustainability manager van de Belgische private bank Degroof Petercam
     

    /

    Degroof Petercam kiest resoluut voor ESG en duurzaam beleggen en combineert rendement met duurzame resultaten. Zo dragen ze bij aan de toekomst voor de planeet. ‘Bij de fusie van Degroof en Petercam is veel expertise op het vlak van duurzaam beleggen gebundeld', vertelt sustainability manager van de bank Kris Organe. 

    Organe zet sinds een viertal jaar duurzaam beleggen op de kaart in Vlaanderen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat dit de weg vooruit is. Niet alleen vanuit een economisch, investeringsperspectief, maar ook vanuit een klantenperspectief.  Klanten zijn niet alleen bezig met financiële return, maar ook met de maatschappelijke impact van hun vermogen.

    Hij onderscheidt twee types cliënten. Zij die willen vermijden om schadelijke activiteiten te financieren en zij die echt op zoek gaan naar de positief maatschappelijke impact van hun investeringen, ook al heeft dat bepaalde gevolgen op hun belegging. Die laatsten vormen nu nog een kleinere groep. ‘Vanuit economisch perspectief ga je met duurzaam beleggen namelijk een minder efficiënte portefeuille hebben. Maar duurzaam beleggen is aan een enorme versnelling bezig. Er is een wervelwind aan nieuwe mogelijkheden, producten, wetgeving, internationale initiatieven en data die beschikbaar komen.
     

    Wat moeten we vandaag juist verstaan onder ‘duurzaam beleggen’? Wat zijn de criteria?

    Organe: ‘Dat is een interessante vraag, want sinds een maand is er een nieuwe Europese wet in voege getreden. Tot voor die wet kon iedereen te pas en te onpas claimen dat zijn of haar fonds duurzaam belegd was. Er was geen definitie. Daar heeft Europa paal en perk aan gesteld met de Sustainable Finance Disclosure Regulation. Wetgeving, subsidies en een actieplan moeten de komende jaren kapitaalstromen binnen het continent duwen naar meer duurzaamheid.’

    Sinds 10 maart 2021 is die wet ingevoerd en zijn vermogensbeheerders verplicht om te kiezen binnen welke categorie hun investeringen thuishoren. Ze moeten die informatie ook openbaar maken. ‘De eerste categorie is een neutrale,’ klinkt het bij Organe. ‘Die zegt: eigenlijk is duurzaamheid geen prioriteit. We vinden dat minder relevant en gaan het dus ook geen voorrang geven in ons beleggingsbeleid. De tweede categorie is wat ik noem ‘duurzaamheid light’. Dat zijn beleggingen die Environment Social Governance (ESG) promoten. Dat wil zeggen dat je als belegger, voor je gaat investeren in een bedrijf of product, een diepergaande analyse gaat maken dan het financiële luik. En daar kom ik in het spel.’

     

    Bij een ESG-analyse ga je kijken naar het klimaat, sociale factoren en naar deugdelijk bestuur. Je onderzoekt eventuele risico’s, maar ook opportuniteiten. Bedrijven die oplossingen kunnen bieden voor bepaalde milieu-uitdagingen, die ga je dan interessanter vinden dan bedrijven die zeer veel water vervuilen, zoals bijvoorbeelde de olie-industrie. Tot voor de Europese regulatie intrad op 10 maart kon dit type beleggers te pas en te onpas claimen dat ze duurzame beleggers zijn. Europa zegt nu: dit zijn neutrale ESG-beleggers.

    Wie vanaf nu wil zeggen dat die een duurzame belegger of fonds is, moet expliciet een positief maatschappelijke impact nastreven. Dit is de derde categorie, duurzaam beleggen. Het moet een economische activiteit zijn die als doel heeft bij te dragen aan het vinden van milieu-oplossingen, of oplossingen voor de sociale uitdagingen, zoals ongelijkheid. Dit zonder schade toe te brengen aan de andere doelstellingen zoals bepaalde arbeidsvoorwaarden, mensenrechten en milieudoelstellingen. En je moet ook corruptie gaan bestrijden. 

    Je hebt heel wat mijnbouwbedrijven die bijvoorbeeld bepaalde metalen gaan opdelven, die bijdragen aan de elektrificatie van het wagenpark, en dus een positieve milieu-impact hebben, maar dit anderzijds doen in bedenkelijke arbeidsomstandigheden. Dat is niet langer voldoende. Dat exhaustieve kader voor duurzaam beleggen is er nu écht in onze regio.’
     

     

    /

    Is die impact ook meetbaar? 

    ‘Wel, dat is nu inderdaad de grote uitdaging. Zowel bij ESG-beleggen als bij beleggen met impact: we moeten dat allemaal gaan meten. De directe en indirecte CO2-uitstoot. Neem bijvoorbeeld het wagenpark van werknemers, dat is ook uitstoot die gerelateerd is aan een bedrijf, of de uitstoot van de volledige ketting van leveranciers. Dat is verre van evident.

    CO2-uitstoot is dan nog relatief bevattelijk, maar we moeten nog andere zaken gaan meten. Wat we noemen de sustainable development goals: hoe gaan bedrijven om met ongelijkheid, gender equality, water,  biodiversiteit etc. Hoe gaan we dat definiëren, wat gaan we meten, hoe doen we dat op een gestandaardiseerde manier? Hoe gaan we dat controleren en auditeren? Dat zijn de uitdagingen voor de beleggingsindustrie de komende vijf à tien jaar.’

    Dat brengt ons bij het thema van and& festival. We innoveren voor een betere wereld. Wat is ‘beter’? Die vraag komt voor alle andere vragen. Nu, Europa investeert in het definiëren van deze criteria en deelt subsidies uit. Maar bij wie komt de kost van het meten terecht? Dat is toch een enorm werk?

    ‘Absoluut. Die wetgeving gaat gepaard met een enorme kost. Europa zegt: ‘Dit is de manier waarop wij ervoor willen zorgen dat bedrijven op lange termijn hun concurrentieel vermogen, of hun concurrentieel voordeel behalen’. De bedrijven zeggen: ‘We moeten zorgen dat we onszelf niet uit de markt prijzen.’’
     

    Gaan bedrijven en privé-investeerders die keuze dan wel maken, voor duurzaam beleggen? Bent u daar optimistisch over?

    ‘Ja, ik zal je zeggen waarom. Er zijn verschillende redenen om duurzaam te investeren, om als bedrijf te beleggen met maatschappelijke impact. Wie voorop loopt met de wet heeft vaak een bepaald competitief voordeel. Die kan snel bepaalde markten betreden met een regulier product.

    Maar wat vaak onderschat wordt is hoe zeer consumenten ermee bezig zijn. Hoe jonger ze zijn, hoe meer. Maar ook oudere generaties beginnen zich meer en meer bewust te worden van de impact die hun keuzes hebben. Er is de klassieke kritiek: ‘Ja, maar die klimaatjongeren. Ze staan daar maar te roepen en ‘s anderdaags stappen ze op het vliegtuig’. Dat is misschien wel zo, maar je kan het glas halfvol zien of halfleeg. 

    Jongeren houden meer rekening met hun ecologische voetafdruk en die mentaliteitshift is nu aan het gebeuren. Vandaag weten we wat de ecologische impact is van een jeansbroek -waterverbruik wordt geschat op 8000 liter per jeans- en van een biefstuk (verbruik wordt geschat op 15.000 liter per kilo steak). Dat zijn zaken die men vroeger niet wist en nog moeilijk te negeren vallen.

    Er wordt van twee kanten gepusht, van bovenuit met nieuwe wetgeving en van onderuit via de consument. Zo ontstaat een hele nieuwe markt voor beleggers met een waaier aan mogelijkheden. Iedereen springt mee op de kar. Er komen datasets beschikbaar. We zijn niet zo heel ver meer verwijderd van een scenario waarbij je als belegger echt kan gaan finetunen in de portefeuille, wat je wil nastreven in je omgeving. Dat was vijf à tien jaar geleden enkel voorbehouden voor de heel grote kapitalen.’
     

    Fionn

    Het is ook een duidelijk antwoord op de prangende vraag naar een vermogensbelasting. Op deze manier is de impact er namelijk ook.

    ‘Klopt. Europa moet voor een stuk een correcte belasting nastreven. Maar alle overheden, inclusief Europa hebben ook relatief zware staatsschulden. De kas is leeg, zeg maar. Dus een heel belangrijke ambitie is de capital flow van zowel particulieren, als institutionele beleggingen, zoals pensioenfondsen te heroriënteren naar duurzaam investeren.’
     

    U haalde het al aan: water kaapt de hoofdprijs weg. Op and& festival kan u  de sessie ‘Why don’t we lose more sleep over clean water’ volgen. Kan u een voorbeeld geven van een investeerder die resoluut die ommezwaai maakte naar meer duurzaam beleggen?

    ‘Er zijn een aantal (veelal industriële) bedrijven die sterk bezig zijn met het hergebruiken van water. Dan denk ik aan de olie-industrie, maar ook brouwerijen. Eén van de zaken waar ik sterk in geloof, in het kader van een meer duurzame economie, is wat men noemt een circulaire economie, een economie die gericht is op het hergebruiken van grondstoffen in plaats van ze weg te werpen. Water is daar een prachtig voorbeeld van.

    Vroeger gingen alle industriële bedrijven hun afvalwater gewoon lozen. Die bedrijven worden zich meer bewust van het belang van water. Zeker voedingsbedrijven, die te kampen krijgen lange periodes van droogte. Zij weten heel goed: geen economie zonder water.  Dus gaan ze sterk inzetten op enerzijds het optimaliseren van het watergebruik in hun productieproces, dus het beperken van de input van water en anderzijds het hergebruiken van water. 

    Iets anders waar we heel sterk mee bezig zijn, maar dan vooral in wat we noemen de ‘ontwikkelde markten’ is lekdetectie. in Europa en de VS is men zich er goed van bewust dat in het distributienetwerk (ik zeg altijd; tussen watertoren en waterkraan, hoewel dat technisch niet correct is) 20 à 30% van het drinkwater gewoon verloren gaat. Men heeft geen flauw idee waar dat gebeurt.

    Dat is een mooi voorbeeld van een techniek waarop sterk wordt ingezet vanuit de investeerdersgemeenschap. Die investeringen kunnen gaan van het nakijken van het netwerk op lekken -helemaal vervangen is onmogelijk en onbetaalbaar- bijvoorbeeld via camerabeelden, tot het analyseren van Big Data, zoals facturen. Tenslotte zijn er de investeringsfondsen voor het kostenefficiënt vervangen van die netwerk onderdelen.

    Ik praat met privé-klanten over die verschillende problematieken en opportuniteiten en onderzoek hoe we dat in in hun portefeuille kunnen implementeren, afhankelijk van hoe ver zij ook willen meegaan in het het verhaal van positief maatschappelijke impact.’
     

    /

    Daar komt de opdeling ESG-beleggers versus impactinvesteerders weer om de hoek kijken.

    ‘Inderdaad, Vroeger had je bepaalde thematische fondsen die alleen maar gingen beleggen in watergerelateerde bedrijven. Als je vandaag praat over water, kan je drie type investeerders onderscheiden. Enerzijds de klassieke institutionele investeerders die investeren in ‘utitlity companies’, bedrijven die water, elektriciteit of gas tot bij je thuis brengen. En anderzijds de privé-beleggers die gaan voor financiële opportuniteiten, voor wat men dan noemt ‘het blauwe goud’. Ten derde, zijn er de positieve impact investeerders. Deze beleggers zijn gefocust op bijdragen aan de 6e SDG, “schoon water en sanitair”. Zij stellen dan ook vooral het hergebruik, kwaliteit en beperken van het verlies van water voorop.

    Impactinvesteerders gaan naar veel meer kijken dan enkel infrastructuur voor het hergebruiken van water. We hebben water zat op de wereld, maar 97% daarvan is zout. Van die 3% zoet water is maar 0,5% bruikbaar voor de mens. Inzetten op ontzouting van water is vandaag nog heel duur, maar kan zeker in armere landen een wereld van verschil maken.

    Dat zijn mooie verhalen voor de toekomst, net als nieuwe technologieën die te maken hebben met waterkwaliteit. In veel groeilanden is er wel voldoende water, maar niet altijd kwalitatief water. Uit een onderzoek van The Guardian blijkt dat het drinkwater in de VS vol chemische stoffen zit.’

    Is ‘te duur’ dan wel een argument, als je kijkt naar de investeringen die er op een jaar tijd gebeurden in Covid-vaccins? We tellen wereldwijd 2,7 miljoen doden als gevolg van Covid19. De dodelijke impact van watervervuiling wordt geschat op 1,8 miljoen doden per jaar en dat is al veel langer bekend.

    ‘Dat is een kwestie van prioriteiten.’

    Duidelijk. Hartelijk dank voor dit verhelderende gesprek. Naar welke sessies op and&-festival kijkt u uit?

    Margrethe Vestager vind ik super interessant. Haar gevecht voor dat level playing field tegen alle digitale grootheden vind ik enorm dapper en enorm boeiend. Die technologiegiganten zullen ook voor een stuk oplossingen moeten bijdragen.

    Wie ik nog niet kende, maar graag wil horen is Leen Gorissen. Zij werkt blijkbaar rond de kracht van de natuur. Het lijkt erop dat zij vanuit bio-perspectief een aantal zaken uiteen zal zetten die onder andere interessant zijn voor de circulaire economie. Het gaat over dezelfde bewegingen. De energietransitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie, dat vind ik enorm boeiend.

    Tenslotte is Adaora Okoli me opgevallen. Als Ebola-overleefster heeft zij voeling met de medische uitdaging op het Afrikaanse continent. We steunen al jarenlang via de Leuvense vzw Kamutamba een hospitaal in het noorden van Zambia, dichtbij Congo. Die realiteit wil ik ook wel eens horen vanuit een meer academisch perspectief.

    >> Degroof Petercam is partner van and& Leuven. Contact en info: https://www.degroofpetercam.be/en/
     

    PD